Iets wat we ons natuurlijk allemaal wel eens afvragen; leven we in een droom, in de Truman show of is dit gewoon het echte leven?
Voor deze oefening neem ik punt zes, zeven en acht van Arie Storms ‘levendige personage’ samen.

6. Het levendige literaire personage is tegelijk echt en onecht
7. Weet op de een of andere manier dat het fictie is. Hij of zij is zich bewust van iets wat hij niet weet.
8. Gelooft oprecht dat het bestaat (precies zoals wij, mensen en dus geen personages, denken dat we bestaan.)

Ik heb er redelijk lang over gedaan om dit te begrijpen.
Écht begrijpen hoe ik dit kon toe passen deed ik pas nadat ik de betreffende hoofdstukken meermaals gelezen had. Als je jezelf er ook graag in wil verdiepen raad ik je toch echt aan om het boek te lezen. Het leest gemakkelijk weg en werkt zeer inspirerend. Sommige hoofdstukken moet je misschien wel meermaals lezen voordat je ze kan toepassen. Of misschien ligt dat aan mij. 😉

Het boek kopen kan je hier maar wellicht ook elders.

Arie Storm geeft het volgende voorbeeld uit het eerste verhaal ‘De jongen met de viool’ uit ‘De mensen thuis’ van Thomas Rosenboom:

Het was een glasheldere dag, de lucht een blauwe diepte zonder vlek of veeg, slechts vaal verschietend naar de horizon achter de huizen en het park. Maar recht boven hem: peilloos blauw, een louter blauwe duisternis. Was het heelal een blauwe nacht? Je stak je hand uit en die kon je niet meer zien: verdwenen in het blauw. Heldere lucht rook je niet, zomin als je helder water kon proeven, maar blauwe lucht? Wat was er zo blauw, in de lucht? Waterdamp? De damp van blauw water? ……

levendig personage

Schrijfoefening 7:

Denk aan een moment waarop je zelf dacht in je leven dat alles misschien niet echt was. Dat je jezelf vragen stelt bij je eigen lichaam en de wereld om je heen. Loopt je schaduw even snel? Zit je schaduw echt vast? Je staat ’s nachts op om naar toilet te gaan, maar ben je wel echt opgestaan of ben je nog aan het dromen? Hoe weet je dat?

Schrijf zo’n idee verder uit.
Laat deze gedachte vanuit jezelf uit je personage komen. Doordat het personage zich vragen stelt over zichzelf en de wereld om hem heen, net zoals echte mensen, wordt hij alleen maar echter. Levendiger, zou Storm zeggen.

Nog meer dan anders ben ik benieuwd naar wat er bij jullie uitkomt, want ik vond het zelf een hele uitdaging en ontdek graag hoe jullie dit aangepakt hebben.

Veel schrijfplezier!
Liefs, Lyssa

Mijn antwoorden schrijfoefening 5: Onverantwoord personage.
De oefening nog niet gedaan? Klik op de link

  1. Je hoort lawaai in het donker
    -echt: politie bellen
    -boek: in het donker gaan kijken
  2. Je ziet iemand mishandeld worden
    -echt: hulp halen
    -(boek) meevechten
    -(boek) bevroren staan toekijken (De Vliegeraar)
  3. Je ziet een zeer jong, maar knap meisje
    -echt: je blijft weg want leeftijdsverschil is te groot-boek: je gaat haar verleiden (Lolita)
  4. Iemand gooit je lievelingsboek in het vuur
    -echt: je laat het opbranden
    -boek: het er met blote handen uithalen
  5. Twee oudere mannen vragen je mee zeilen, jij bent 16
    -echt: je gaat niet mee
    -boek: je gaat wel mee
  6. Aan de kassa in de supermarkt heb je niet genoeg geld
    -echt: je laat de spullen achter en komt eventueel later terug
    -boek: je rent er met alle spullen snel vandoor
  7. Je hebt een belangrijke auditie
    -echt: je plant de hele dag vrij
    -boek: je plant de hele dag vol met andere levensbelangrijke zaken
  8. Je ouders overlijden en je gaat bij je opa wonen
    -echt: je bent dankbaar en je probeert er het beste van te maken-boek: opstandig zijn en problemen zoeken
  9. Je mama ligt in het ziekenhuis
    -echt: je gaat op bezoek-boek: je gaat zeer bewust nooit op bezoek
  10. Je wordt ontslagen
    -echt: je gaat op zoek naar een nieuwe baan
    -boek: je gaat op wereldreis
    -boek: je gaat nooit meer werken en blijft alleen nog maar thuis op de bank hangen
  11. Je vriend maakt het uit
    -je gaat huilen op de bank
    -je gaat feesten
    -je gaat met al zijn vrienden slapen
  12. Je vertelt thuis dat je homo bent
    -echt: je ouders aanvaarden het
    -boek: je wordt uit huis gezet
    -boek: je ouders willen je vermoorden
  13. Je ziet een dakloze
    -echt: je geeft wat geld of loopt voorbij-boek: je gaat er naast zitten
    -boek: je nodigt hem uit om uitgebreid te dineren
  14. Je bent onverwachts zwanger en wil koste wat het kost een carriere
    -echt: je aborteert-boek: je houdt de baby en neemt die echt overal mee, of vergeet hem overal
  15. Je blijkt nog maar zes maanden te hebben
    -echt: je regelt alles wat geregelt moet worden-echt/boek: je bezoekt al je vrienden
    -echt/boek: je maakt een bucketlist
    -boek: je verdwijnt

Andere oefeningen maken?
Schrijfoefening 1: gespleten personage
Schrijfoefening 2: personage in conflict
Schrijfoefening 3: een duister geheim
Schrijfoefening 4: onaardig personage
Schrijfoefening 5: onverantwoord personage
Schrijfoefening 6: brainstormen met jezelf

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s