https://lyssalietar.files.wordpress.com/2014/12/fc307-20111108-1-gedachtenkronkels.jpgWanneer ik iemand vertel dat ik actrice ben volgt vaak een opmerking over subsidies. En dat die niet nodig zijn. Wat volgt op zo’n opmerking over subsidies is dat ‘theater niets toevoegt/bijdraagt aan de maatschappij’. Wat is de toegevoegde waarde van theater eigenlijk? Wat is het nut?

Mijn enige wens is bij te dragen aan de maatschappij zodat die zich in positieve zin ontwikkelt. Dus als iemand zulke reacties geeft over dat waar ik me mee bezig houd, dat wat ik lief heb; dan schiet ik eerst in een boze kramp. ‘Hoezo theater draagt niet bij?! Een natuurlijk voegt theater toe tot de maatschappij! Etc..’ Zelf krijg ik geen subsidies, nooit gekregen ook. Ik ben er ook nog niet helemaal aan uit hoe belangrijk subsidies zijn voor kunst en cultuur. Maar daar gaat het hier niet over.

Het gaat over het nut van theater, en wat dat is? Wat voegt theater eigenlijk toe?
Ik las namelijk ook het artikel van De Correspondent: Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers (aanrader!) en dan stel ik mezelf de vraag: Wat als alle acteurs, theatermakers, regisseurs, podiumtechnici, etc.. zouden staken? Zou iemand daarvan wakker liggen? Wellicht niet zozeer als van de geur die stakende vuilnismannen achterlaten.

Maar dan sta ik ergens met Powerwijven en hoor ik de reacties uit het publiek en reacties van hulpverleners en zedenpolitie en politici en dan blijkt dat wij toch wel iets heel erg waardevols neerzetten. Dat wij toch echt wel bijdragen op een positieve manier, met zoiets ‘nutteloos’ als theater. Maar wat dan precies? Wat zou het verschil zijn als wij daar niet zouden staan?

Dus.. ik typte in Google in: Wat is het nut van theater? En ik kwam op de schitterende uitleg van Monique Greveling, filosoof, die ik hier graag met jullie deel. (Trouwens, wat is het nut van filosofen eigenlijk?) Ik probeerde een samenvatting te maken van haar uiteenzetting maar bijna alles van wat zij schrijft vind ik essentieel aan de uiteenzetting, dus is het een semi-samenvatting geworden van 10 naar 4 pagina’s (in Word). Voor zij die toch gewoon die volledige uiteenzetting willen lezen: Wat is het nut van theater?

In grote lijnen stelt Monique Greveling het volgende:
Stel eens dat theater niet belangrijk is, en dat we best zonder kunnen als samenleving en als individu. Hoe zou onze wereld er dan uit zien? Wat zou er dan allemaal niet zijn?

Dan moeten we eerst weten wat onder theater valt.
In brede zin:

“… theater is de kunst die mensen in staat stelt om menselijk handelen de moeite waard te maken om naar te kijken, gedurende een bepaalde tijd en op een bepaalde plaats.” Paul Woodruff

of in enge zin:

“Theater is de “verzamelnaam voor levende voorstellingen voor een publiek” waarbij je vooral moet denken aan “Absurd toneel, Blijspel, Cabaret, Combitheater, Commedia dell’arte, Dans, Drama, Improvisatietheater (o.a. ook Theatersport), Klucht, Komedie, Locatietheater, Musical, Muziektheater, Opera, Operette, Pantomime, Poppenkast, Straattheater, Toneel, Variété,…” de Kunstbus

Omdat de ruime definitie nog wat argumentatie behoeft (meer uitleg), gaat zij eerst uit van het enge theaterbegrip. Wat valt er dan allemaal weg?

Monique Greveling gaat verder met een volledige opsomming (12 punten) van alle mensen werkzaam in de theaterwereld die zonder werk en zonder levensinvulling zouden komen te staan als er geen theater meer is. En zij voegt daar aan toe:

Er is nog één klein puntje over: Er zijn geen toeschouwers meer, niemand hoeft nog te kijken naar theater. En zonder toeschouwers zijn er ook geen theaterervaringen meer… Maar hoe erg is dat? Wat valt er in onze ervaringen (als kind, en als jong- en oudvolwassene) weg als het theater in enge zin weg valt?

HET NUT VAN THEATER VOOR THEATERPRODUCENTEN EN CONSUMENTEN

Het bijzondere van theater: alles is uniek.
Omdat het ‘echt’ is, kan er altijd iets speciaals gebeuren.
Het is niet altijd prettig, maar deze uniciteit maakt een theaterervaring wel tot iets bijzonders:
– omdat je erbij bent terwijl het theater ontstaat
– omdat al je werkende zintuigen bij deze ervaring betrokken (kunnen) zijn (om goed te kunnen zien, goed te kunnen horen, te kunnen begrijpen of opnemen wat je waarneemt, etc.)
– omdat je de spanning op het toneel, in de piste of in de zaal kunt voelen
– omdat je eigen insteek zoveel uitmaakt voor wat je gaat beleven
– omdat het theateruitje je uit de sleur van alledag trekt.

Bronnen van geluk
De theaterervaringen van de consumenten kunnen gelukservaringen zijn. Soms is dat klein geluk: het was zo’n gezellige avond of middag; we waren écht uit met elkaar; ik ben opgewekt, of vervuld met iets anders dan mijn dagelijkse besognes. Soms is het geluk groot: ik heb gehuild om de schoonheid van de muziek; we waren ondersteboven van de intensiteit waarmee de dansers bewogen en aanwezig waren; alles was stil in mij; alles danste in ons…

Theater kan in ons als toeschouwers iets activeren dat met onze vitaliteit te maken heeft, onder voorwaarde dat we emotioneel toegankelijk zijn. En soms kan theater bij iemand die ernstig depressief is diens emotionele ontoegankelijkheid deblokkeren en wekt het theater daarmee juist de eerste gevoelens van vitaliteit. Wie theater weer kan beleven, weet hoe gelukkig hij is..

Theater is dus belangrijk voor alle betrokkenen.
Soms is het belang een levensbelang: voor de geboren actrice of de geboren schrijver.

HET NUT VAN THEATER VOOR DE ANDEREN
Maar is theater daarom dan ook belangrijk voor de rest van de mensen, of voor de gemeenschap?
Is het van het belang voor een samenleving als gemeenschap van mensen die met elkaar moeten omgaan, en dat het liefst in vrede?
Levert het grote en kleine geluk de samenleving als geheel iets op?
Heb ik als niet-consument en niet-producent er ook iets aan?

Monique denkt dat zowel individuen die niets met theater (nog steeds in de enge zin) hebben als de samenleving als geheel gebaat is bij theater. Dat mensen die regelmatig gelukservaringen hebben prettiger mensen in de omgang en prettiger burgers van een staat zijn dan mensen zonder die ervaringen. En dat dat voortkomt uit het ervaren van geluk, dat wezenlijk vervuld zijn is.

Wie vervuld is, loopt niet behoeftig rond en heeft meer mogelijkheden om werkelijk aandacht voor anderen te hebben en vriendelijk te zijn. En vriendelijkheid doet een samenleving altijd goed.

WAT DOET THEATER?

  1. Wanneer theater het leven nabootst (de mimese) zoals in toneel of poppenspel kan gebeuren, of zelfs in dans, kunnen wij als toeschouwers ons veel makkelijker in andere mensen inleven dan in het dagelijks leven zelf.
  2. Een toneelstuk of musical bekijken we van buitenaf, en we zijn vrijer om bijvoorbeeld naar het goede te kijken van iemand van wie wij in direct contact vooral last zouden ervaren (een junk, alcoholist, onwillige werknemer, immigrant die de taal niet spreekt etcetera).
  3. We hebben namelijk geen onmiddellijke belangen die we in gevaar zien komen als we ons zouden inleven in de ander. Die belangen hebben we wel als we met elkaar omgaan: “Als ik me in haar positie inleef, kan ik haar vast niet meer ontslaan”.
  4. Het vreemde of de vreemde kan ons via het toneel vertrouwder worden.
  5. Omgekeerd kan het vertrouwde ons ook vreemder worden omdat we er van buitenaf tegenaan kijken. Een theatermaker kan onze eigen werkelijkheid waar we middenin zitten door zijn of haar ogen laten zien – waardoor we bijvoorbeeld om onszelf moeten lachen of verontwaardigd raken over iets waar we nog nooit bij hebben stil gestaan.

Als we met de wijsheid van een open geest toeschouwer zijn, kan theater ons in deze zin wijzer maken.

Bij theater in de brede zin (denk aan de definitie) is zo ongeveer de hele bevolking betrokken en gaat het er dus niet meer over of wat voor een deel van de bevolking belangrijk is, wel voor de rest belangrijk is. Over blijft de vraag of dat wat iedereen kent en waardeert voor de samenleving als geheel een luxe is of noodzaak.

Theater leert ons “om te geven om” de mensen naar wie we kijken. Ons kijken kan ons immers alleen maar blijven boeien wanneer we betrokken zijn bij wat en wie we zien.

Natuurlijk hebben we ook culturele kennis nodig. Om een voetbalwedstrijd als goede of geslaagde voetbalwedstrijd te kunnen waarderen moeten we het spel kennen, de regels ervan zowel als de kwalificaties over wat goed of slecht spel is, mooi of lelijk voetbal. Maar de echte fan maakt het ook uit hoe haar idolen spelen.

Het is vanuit onze betrokkenheid bij een speler dat het ons uitmaakt hoe hij vandaag speelt, en vanuit diezelfde betrokkenheid zouden we na afloop kunnen zeggen dat ie vandaag zijn dag niet had, of dat ‘het’ kwam omdat ie een kind verloren is.

Het is ook vanuit betrokkenheid dat we een zucht van verlichting slaken als het de schaatser lukt om een dreigende val af te wenden en haar evenwicht terug te vinden.

En elke supporter kan je vertellen dat de belevenis voor de buis echt een andere is dan in het stadion zelf, daar in het echt, waar het geroezemoes en geschreeuw om je heen is, waar je je sjaal nog iets beter moet vastknopen of waar je handen er bijna afvriezen en waar je samen gaat staan zwaaien, van links naar rechts en van rechts naar links…

De deugd van het aandachtig kijken
Als nu theater het kader is waarin wij leren kijken naar elkaar, en leren om ons door elkaar te laten bekijken, dan zijn hier volgens Woodruff een paar belangrijke morele waarden bij betrokken, namelijk: eerbied, mededogen, moed en rechtvaardigheid. Dit nu zijn de waarden die voor een goede en prettige samenleving noodzakelijk zijn. Met de theaterpraktijk oefenen en beoefenen we deze waarden, aldus Woodruff.

Omdat het te mooi gezegd is om niet door te geven, het uitgebreide citaat van Woodruff (Monique’s vertaling):

“Nadat je de deugden van goed kijken hebt geoefend op andere mensen, richt ze op jezelf. Bovenal: eer jezelf als iemand die het waard is om aandacht te krijgen, maar verlies niet het vermogen om om jezelf te kunnen lachen als je raar doet. En wanneer je lacht, lach dan met respect. Dat is eerbied hebben (“reverence”). Heb medelijden met jezelf wanneer je hebt geleden. Dat is mededogen, en jij verdient dat net zo goed. Vrees om jezelf wanneer je in gevaar verkeert, maar vrees niet zoveel dat je vrees je zou afhouden van wat je zou moeten doen. Dat is moed. En wees boos wanneer iemand je onbehoorlijk behandelt, en wees tevreden wanneer de onverlaten daarvoor betaald hebben. Dat is rechtvaardigheid.

Om wijs te leven, moet je aandacht aan jezelf besteden. Oefen in het aandacht hebben voor anderen. Breng het dan dicht bij huis in de praktijk en wees zelf je beste publiek. Maar onthoud dat het overmatig naar jezelf kijken je tot waanzin drijft. Doe niet meer dan je voor jezelf moet weten. Er is een tijd om naar anderen te kijken, en er is een tijd om voor anderen op te treden. Dat zijn de momenten waarin je jezelf moet vergeten.” (blz. 224) Paul Woodruff, The necessity of theatre. The art of watching and being watched. 2008

Dank je wel Monique voor je filosofische gedachtestroom over het nut van theater. Graag hoor ik ook van anderen hun idee over het nut van theater. Ook als zij vinden dat theater niet nuttig is. Wat vind jij? Is theater nuttig of niet?

Liefs!

Lyssa

De volledige uiteenzetting van Monique op haar website Sofiapraxis.
De Correspondent: Waarom vuilnismannen meer verdienen dan bankiers
Terugblik op een jaar Powerwijven

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s